Taxatievoorwaarde
België vormt ook nog steeds een aantrekkelijke holdinglocatie. Meerwaarden zijn volledig vrijgesteld op voorwaarde dat zij betrekking hebben op aandelen in vennootschappen onderworpen aan een normaal belastingregime. Aan deze taxatievoorwaarde wordt geacht te zijn voldaan wanneer de vennootschap gevestigd is in de Europese Unie of wanneer zij onderworpen is aan een belastingtarief van 15%. Voor dividenden (zgn. “DBI”-aftrek) geldt naast de voormelde taxatievoorwaarde een voorwaarde met betrekking tot de participatie zelf. Deze participatie moet minstens 10% bedragen of een aanschafwaarde hebben van minstens 2.500.000 EUR en moet aangehouden worden gedurende een ononderbroken periode van minstens één jaar. Ook moeten de aandelen als financieel vast actief worden aangemerkt krachtens de Belgische boekhoudwetgeving. Dividend zijn weliswaar slechts aftrekbaar ten belope van 95%, maar dit wordt gecompenseerd door het gegeven dat interesten op leningen aangegaan om de participatie te financieren in regel volledig aftrekbaar zijn. Recent kan de DBI-aftrek worden overgedragen naar volgende belastbare tijdperken. Het Europees Hof van Justitie oordeelde immers dat de niet-overdraagbaarheid van de DBI-aftrek strijdig was met het Europees Recht.
Bronheffing
In geval van een dividenduitkering naar niet-EU landen kan beroep gedaan worden op een ruime vrijstelling van bronheffing. Geen Belgische bronheffing is verschuldigd indien het dividend wordt uitgekeerd aan een aandeelhouder/vennootschap die een participatie van minimum 10% aanhoudt en gevestigd is in een land waarmee België een belastingverdrag heeft afgesloten dat een clausule van informatie-uitwisseling bevat.